NIEUW EUROPA IN DE PRAKTIJK
EEN CATALAAN IN EEN VERGETEN CEL
Geert Mak
Op 16 januari, vlak voor Het Huwelijk, werd in Amsterdam een zogenaamde
ETA-terrorist aangehouden. Groot nieuws. Het was zelfs aanleiding tot
een inval in het krakersbolwerk Vrankrijk, waar hij logeerde. Al snel
bleek dat de 'terrorist' in kwestie in werkelijkheid de befaamde Catalaanse
rockzanger Juan Ramon Rodriguez Fernandez was, beter bekend als Juanra,
die met zijn band 'Golpe' hele stadions tot vervoering bracht. Hij zong
soms Catalaanse en Baskische nationalistische teksten, maar van de moordpartijen
van de ETA moest hij niets hebben. Tot de dag van vandaag zit hij vast
in de gevangenis van Vught. Er is een diepe stilte neergedaald over Juanra.
Maar zijn dossier spreekt boekdelen.
Wie het pak openslaat ziet allereerst een Internationaal Aanhoudingsbevel,
afgegeven door de Centrale Rechtbank van Instructie no 5 te Madrid. Formeel
wordt Rodriguez Fernandez beschuldigd van 'samenwerking met een gewapende
bende'. In concreto ging het om het zogenaamde Commando Gorbea van de
ETA, die in mei en juli 2001 in Barcelona en Gerona een viertal moorden
zou hebben gepleegd. Juan zou 'tot twee keer toe inlichtingen hebben verschaft
inzake mogelijke doelwitten in verband met extreem rechts' - onder andere
over de oprichter van de organisatie CEDADE. Alle inlichtingen werden
bij een huiszoeking aangetroffen tussen de papieren in het hoofdkwartier
van het commando. De gevangengenomen commandant van het commando, een
zekere Garcia Jodrá, had bovendien verklaard dat Rodriguez dit
materiaal verzameld had. Wel had hij eraan toegevoegd dat Rodriguez 'er
later van afzag' om verder contacten met de ETA te onderhouden.
Vervolgens bevat het dossier een proces-verbaal van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland
over de aanhouding van Rodriguez. Volgens dit verslag kwam op 27 december
een verzoek binnen van de Luitenant Kolonel Corraliza van de informatiedienst
in Madrid, waarin hij verzocht 'om observatie' van een aantal mensen die
op 2 januari naar Nederland zouden vliegen om Juan Rodriguez te ontmoeten
- onder andere diens zoon. Interessant is hoe de Spaanse politie de Nederlandse
collega's alvast warm maakt: 'Van Rodriguez Fernandez wordt in dit verzoek
gemeld dat het vermoeden bestaat dat zijn activiteiten in Nederland in
verband staan met het opzetten van een infrastructuur voor andere leden
van ETA in Nederland.' (Dat vermoeden strijdt overigens met de eerdere
verklaring van Garcia Jodra, dat Juan geen verdere contacten met de ETA
wilde onderhouden.)
Na wat doorbladeren is daar het officiële uitleveringsverzoek van
de Spaanse ambassade. 'Betrokkene wordt verdacht van het behoren tot de
organisatie ETA en samenzwering voor het plegen van moord,' aldus het
ministerie van Buitenlandse Zaken. De aanklacht is dus stevig verzwaard
- 'samenwerking met' is 'behoren tot' geworden, en er is 'samenzwering
voor het plegen van moord' bijgekomen. Uit de bijlagen blijkt echter dat
de feiten waarop de aanklacht is gebaseerd nog altijd exact dezelfde zijn.
Nu gaan we de tweede akte in. Opeens weerklinkt tussen alle papieren
een andere toon. Een nauwkeurige Amsterdamse Officier van Justitie begint
vragen te stellen. 'Sinds wanneer was Rodriquez lid van de organisatie?'
wil mevrouw Liane Ang van het Arrondissementsparket Amsterdam weten. 'Zette
hij een cel op in het buitenland?' 'Vond de aanslag op het leven van de
oprichter van Cedade werkelijk plaats?'
De Spaanse officier van Justitie Enrique Molina antwoordt per kerende
post. Rodriquez is volgens hem al lid van het Gorbea-commando sinds 1997.
Hij heeft echter nooit enige informatie verzameld over extreem rechtse
groepen. Dat paste ook helemaal niet in de strategie van de ETA en de
Gorbea-cel: de doelen waren de Partido Popular en de Partido Socialista.
Er is, zo schrijft Molina letterlijk, dan ook geen bewijs dat hij betrokken
was in akties tegen extreem rechts.' Ook is het, aldus Molina, 'onmogelijk'
dat Rodriquez in contact stond met de ETA-leiding. Dat paste totaal niet
in de hiërarchische, pyramidale structuur van deze organisatie.
Dus niks 'samenzweren tot moord' op die oprichter van Cedade. Het wordt
nu wel heel onduidelijk waarvan Rodriguez Fernandez eigenlijk beschuldigd
wordt. Mevrouw Ang van het Amsterdamse parket stelt dan ook nieuwe vragen.
Nu wil ze ook wel eens weten wat die 'niet gedetailleerde informatie'
inhoudt, die bij de huiszoeking gevonden is, en waaruit de betrokkenheid
van Rodriguez bij de ETA duidelijk zou blijken. (Men kan bijvoorbeeld
ook denken aan vingerafdrukken of stukken met zijn handschrift.) Is de
verdenking jegens Rodriguez enkel gebaseerd op die ene verklaring van
Garcia Jodra, of is er meer materiaal?
Het duurt bijna drie weken voordat haar Spaanse collega Molina antwoordt.
Rodriquez verzamelde nu wel weer informatie over extreem rechts, alleen
heeft de ETA die als irrelevant weggegooid. Ook verzamelde hij nu opeens
informatie over leden van de PP en de PSOE. Dat is weer een heel ander
verhaal dan waarop de aanklacht en het uitleveringsverzoek zijn gebaseerd.
Bewijzen worden verder niet aangevoerd. Ook een beschrijving van de 'niet
gedetailleerde' informatie kan niet worden gegeven, laat staan dat iets
kan worden doorgestuurd.
De spectaculaire beschuldiging dat Rodriguez bezig zou zijn een ETA-cel
in Nederland op te zetten - in januari dikke koppen in De Telegraaf -
wordt nu geruisloos ingetrokken: 'Het organieke systeem van de ETA laat
niet toe dat een persoon van geringe belangrijkheid binnen de criminele
organisatie de bevoegdheid heeft om (..) op eigen gelegenheid een operationele
groep te formeren.'
Interessant is ook de reactie op de suggestie dat de enige bron, Garcia
Jodra, zou zijn doorgeslagen na een martelpartij, en dat hij Rodriquez
alleen genoemd heeft omdat de naam van deze populaire lastpost hem in
de mond werd gelegd. Jodra heeft deze beschuldiging korte tijd later later
alweer ingetrokken. Officier Molina schrijft dat het aangifte doen van
marteling een standaardpraktijk is van ETA-verdachten, en dat Rodriguez
klacht dan ook geen succes heeft gehad.
Dit laatste is feitelijk onjuist. Molina's aangifte is nog in behandeling.
Bovendien niet alleen het aangifte doen van marteling, maar ook het martelen
zelf een helaas nog niet uitgestorven standaardpraktijk binnen het justitiële
apparaat van ons EU-medelid Spanje. Nog vorige maand beschuldigde Amnesty
International de Spaanse politie van martelpraktijken - met name ten aanzien
van buitenlanders. En op 14 maart j.l. publiceerde de speciale rapporteur
van de VN, sir Nigel Rodbey, een dik rapport over recente gevallen van
marteling, waarin Spanje met maar liefst 185 gevallen vertegenwoordigd
was. Helaas negeerde onze wakkere Amsterdamse Officier van Justitie dit
aspekt van de zaak volkomen.
Nu volgen nog twee aangehechte stukken in het Spaans. Het eerste stuk
is een officiële aangifte van Garcia Jodra. Hij zou door de politie
constant zijn geslagen. Ook probeerde men hem te laten stikken in een
plastic zak. Het tweede stuk is de beschikking van de Madrileense rechter
van instructie, waarbij Jodra, ná zijn verhoor en eventuele doorslaan,
in staat van beschuldiging werd gesteld. Hierin wordt vastgesteld dat
het Gorbea-commando pas in maart 2001 is opgericht. Rodrigues kan dus
nooit al vanaf 1997 lid van dit commando zijn geweest. Interessant is
ook de nauwkeurige omschrijving van de taken van de diverse leden van
dit commando. Met geen woord wordt hierin gerept van Juan Ramon Rodriguez
Fernandez.
Wat nu? Rodriguez Fernandez komt op 11 juni voor. Hij heeft dan vijf
maanden vastgezeten, enkel op basis van veronderstellingen en gevolgtrekkingen,
zonder één concreet feit. Ja, een bekentenis die onder dubieuze
omstandigheden tot stand kwam en direct weer is ingetrokken. Geen normale
Nederlandse officier begint op een dergelijke wankele basis een strafzaak.
Toch zit Rodriguez achter een Nederlandse celdeur, omdat de Spaanse rechtsmethoden
reiken tot Amsterdam en Vught. Nog steeds wordt hij enigszins beschermd
een aantal waarborgen die de Uitleveringswet eist. Volgend jaar, na de
invoering van het Europese Arrestatiebevel, is er helemaal geen mevrouw
Ang meer die pinnige vragen stelt aan haar Spaanse collega. Dan is de
Nederlandse politie en justitie een rechtstreeks verlengstuk geworden
van de Spaanse - in goede, maar ook in kwade zaken.
Iedere ketting is even sterk als de zwakste schakel. Dat geldt ook voor
de nieuwe keten van rechtssystemen, die binnen Europa nu wordt kortgesloten.
Rodriquez is de eerste zwaluw die ons vertelt van de winter.
|